Wet op de archeologische monumentenzorg

Deze brochure biedt een overzicht van de maatregelen die zijn vastgesteld in de Wet op de archeologische monumentenzorg.

De Wet op de archeologische monumentenzorg is grofweg in te delen in drie uitgangspunten.
Het eerste is het streven naar behoud in situ. De bodem is immers de beste conservator van archeologische resten. Tweede uitgangspunt is dat er in de ruimtelijke ordening bijtijds rekening gehouden moet worden met archeologische waarden. Derde uitgangspunt betreft het principe dat wanneer behoud in situ niet mogelijk is, de verstoorder betaalt voor het onderzoek en de documentatie. De brochures Archeologie en ruimtelijke ordening en Behoud in situ gaan dieper op de deelonderwerpen in.

Onmisbare bron

Het bodemarchief is een onmisbare bron voor de kennis van het verleden. Archeologisch materiaal in de bodem is onvervangbaar en daarom kwetsbaar: eenmaal vernietigd komt het niet meer terug. Opgraven (behoud ex situ) is om die reden een noodoplossing. Na opgraving is het bodemarchief immers niet meer te raadplegen in relatie tot zijn context. Ook stelt behoud in situ de mogelijkheid veilig om het bodemarchief in een later stadium te lezen op een moment dat kennis en onderzoeksmethoden meer informatie op zullen leveren dan met de huidige stand van kennis mogelijk is.

Voor wie

Deze brochure is voor archeologen en beleidsmakers ruimtelijke ordening bij de gemeente die met de Wet op de archeologische monumentenzorg te maken hebben.

Colofon

Brochure Wet- en regelgeving 4
Tekst: Gerda de Bruijn
Redactie: Ruben Abeling, Dolf Muller, Els Romeijn, Dirk Snoodijk en Jos Stöver
ISSN: 1569-7622
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, 2007