Verlichting in musea en expositieruimten

Deze brochure geeft inzicht in de mogelijkheden van verlichting om voorwerpen en ruimten in musea en exposities goed te verlichten zonder de objecten te beschadigen.

Verlichting speelt een cruciale rol bij tentoonstellingen. Bij het vaststellen van de juiste verlichting moet er met verschillende factoren rekening worden gehouden. De bezoeker moet de voorwerpen goed kunnen zien, in een uitnodigende ruimte. Daar staat tegenover dat licht ook schade oplevert. De sleutel zit dus in de juiste balans. Deze brochure behandelt verschillende verlichtingsmiddelen en hun gebruiksmogelijkheden, zowel daglicht, kunstlicht als combinaties van beiden. Ook zaken als investeringen, exploitatie en onderhoud komen aan de orde. Tot slot worden de verschillende aspecten van het meten van optische straling behandeld.

Lichtschade

Licht veroorzaakt schade, zelfs bij kleine hoeveelheden. Lichtschade is cumulatief en onomkeerbaar. Iedere hoeveelheid licht die op een voorwerp valt, voegt een beetje schade toe dat niet meer ongedaan gemaakt kan worden. Een onderbelicht voorwerp loopt dus toch schade op, terwijl de kijker er niet ten volste van kan genieten. Een overbelicht voorwerp wordt daarentegen extra beschadigd, zonder dat het extra waardering oplevert.

Voor wie

Deze brochure is voor architecten, collectiebeheerders, conservatoren, technische dienst, restauratoren en ontwerpers van de verlichting voor musea en expositieruimtes en voor diegenen die deze aanleggen en gebruiken.

Colofon

Redactie: Agnes Brokerhof, Nina Duggen, Martijn de Ruijter, Igor Santhagens, Henny Stemerdink, Rienk Visser, Hans Wolff,
ISBN: 978-90-72905-53-6
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2008