Terracotta gevelversiering

Deze brochure gaat in op de cultuurhistorische waarde  van terracotta gevelversiering en geeft praktische aanbevelingen bij de restauratie daarvan.

Van 1840 tot 1940 is er in Nederland veel terracotta als gevelversiering geproduceerd. Het materiaal werd in de architectuurwereld regelmatig met imitatie van natuursteen geassocieerd en had niet altijd een goede reputatie. Mede daardoor zijn er veel van dit soort versieringen verloren gegaan. Wat er rest aan terracotta gevelversiering is het behouden waard. Het is daarom raadzaam de ornamenten goed te onderhouden en schade zoveel mogelijk te herstellen. Deze brochure reikt daarbij de hand.

Vatbaar voor schade

Architect Willem Rose herintroduceerde het materiaal in 1839 in Nederland, nadat hij in Duitsland terracotta ornamenten in het werk van zijn collega Karl Schinkel had gezien. De steensoort nam ook bij ons een hoge vlucht. Maar omdat terracotta niet geschikt is om krachten op te vangen bleef de toepassing en daarmee de productie voornamelijk beperkt tot decoratieve gevelelementen als omlijstingen en sierconsoles. Later kwamen hier cordonbanden, kariatiden, geornamenteerde kapitelen en gevelstenen bij. Zelfs het goedkoopste gebouw kon ermee versierd worden. Aangezien terracotta poreus is, zijn de ornamenten helaas snel vatbaar voor schade. Water, vorst en roest laten ze barsten. Gelukkig kunnen de sierelementen goed hersteld worden, of desnoods vervangen.

Voor wie

Deze brochure is bedoeld voor eigenaren van panden met terracotta gevelversiering en/of mensen die beroepsmatig of uit interesse hiermee te maken hebben.

Colofon

Tekst: Liza van Kuik
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2018

Taal

Nederlands