Het vrijstaande woonhuis; categoriaal onderzoek wederopbouw 1940-1965

Deze publicatie beschrijft de geschiedenis van naoorlogse architectuur van vrijstaande woonhuizen en presenteert een lijst met de belangrijkste huizen uit de wederopbouw.

Het rapport gaat zowel in op de voor- als de naoorlogse ontwikkeling van het vrijstaande woonhuis. Hierin komt de rol van de overheid aan bod en de verschillende bouwtypen en -stijlen. Dit vormt de inleiding voor een groslijst van gebouwen waarbinnen een preselectie is gemaakt van woonhuizen die vanwege hun cultuurhistorische waarde het behouden waard zijn. Dit rapport is onderdeel van een reeks publicaties waarin de wederopbouwarchitectuur per gebouwtype onder de loep wordt genomen.

De wederopbouw

De architectuur en stedenbouw uit de periode 1940-1965 vertegenwoordigt een belangrijke ontwikkeling in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Het is een periode van herstel van oorlogsschade en van schaarste, maar ook van optimisme en vernieuwing. Kenmerk voor deze naoorlogse jaren is de introductie van nieuwe materialen, nieuwe verkavelingspatronen, een nieuwe wijkopbouw en een steeds belangrijkere rol voor het verkeer. In het kader van stedelijke vernieuwing staat de architectuur uit deze periode steeds vaker onder druk. Dit rapport helpt om de bestaande kwaliteiten van wederopbouwarchitectuur te herkennen zodat er zorgvuldig met dit soort gebouwen kan worden omgegaan.

Voor wie

Deze rapportage is voor beleidsmakers ruimtelijk beleid, erfgoedprofessionals en anderen die geïnteresseerd zijn in de architectuur van de wederopbouw.

Colofon

Rapportage wederopbouw
Tekst: Karel Loeff, Leon van Meijel en Pauline Opmeer
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2005