Een potbeker langs de Fliert

Een ontdekking uit het laat-neolithicum laat zien dat de kans groot is dat het IJssellandschap nog meer zeldzame archeologische sporen uit deze periode herbergt.

Dit rapport gaat in op de vondst van potbekerscherven en een hamerbijlfragment en de betekenis van deze waarneming. Afgedekte, goed geconserveerde en goed zichtbare sporen van bewoning uit het laat-neolithicum zijn een belangrijke kennisbron. Het is zaak om zorgvuldig met dergelijke afgedekte landschappen om te gaan. De ontdekking geeft ook aan dat de zichtbaarheid van dit type bewoningslocaties in een vooronderzoek slecht is. In een boor tekenen zich nauwelijks antropogene indicatoren af. Met een goede gespecificeerde verwachtingskaart als basis en proefsleuven als karteringsmethode is het in de toekomst mogelijk meer van dergelijke zeldzame sporen uit het laat-neolithicum op te sporen.

Bijzondere ontdekking

In 2008 voerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een kleinschalig onderzoek uit in Twello (gemeente Voorst). Aanleiding voor dit onderzoek was de ontdekking van potbekerscherven en een hamerbijlfragment die in een spoor waren aangetroffen. Dit spoor was bij graafwerkzaamheden voor natuurontwikkeling aan het Buddezand aan het licht gekomen. Aangezien dergelijk oude sporen uit het laat-neolithicum bijzondere ontdekkingen zijn, is de vondstlocatie nader onderzocht.

Voor wie

Dit wetenschappelijke rapport is bestemd voor archeologen, andere erfgoedprofessionals en liefhebbers die geïnteresseerd zijn in archeologie van Gelderland.

Colofon

Rapportage Archeologische Monumentenzorg (RAM) 179
Auteurs: L. Theunissen & J.W. de Kort
ISBN: 978 90 5799 150 9
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2009

Taal

Nederlands