De (on)mogelijkheden van archeologievriendelijk bouwen op terpen en wierden

Op twee archeologische rijksmonumenten in Groningen is onderzocht wat de gevolgen zijn van heien op terpen. De schade beperkt zich hier tot enkele centimeters buiten de heipalen.

De aanleiding van het onderzoek waren plannen om de archeologische monumenten Kenwerd en Groot Wetsinge (provincie Groningen) te bebouwen. Er is weinig bekend over de mogelijke effecten van heien op wierdelagen en de daarmee samenhangende archeologische grondsporen. De resultaten van dit onderzoek zijn niet representatief voor andere terpen en wierden. Elke terp is uniek en heeft een zeer specifieke samenstelling. Daarom verdient het aanbeveling om dit onderzoek ook in andere gebieden met een andere grondsamenstelling uit te voeren. Alleen op die manier kan een algemeen beeld ontstaan van de effecten van het gebruik van heipalen op archeologische terreinen.

Beperkte schade

Voor het heien zijn op beide locaties boringen gezet en proefsleuven gegraven om de opbouw van de grondlagen in kaart te brengen. Daarnaast is nauwgezet de samenstelling van de grond bestudeerd. Nadat de heipalen waren aangebracht is het onderzoek opnieuw verricht. Op basis van de uitkomsten kan worden aangenomen dat de schade van de heipalen in beide gevallen slechts enkele centimeters buiten de heipaal zelf is waar te nemen.

Voor wie

Dit wetenschappelijk rapport is bedoeld voor de archeologische professional, beleidsmakers en (bouw)professionals die te maken hebben met bouwen op terpen.

Colofon
Rapportage Archeologische Monumentenzorg 176
Auteurs: DJ. Huisman, J. van Doesburg, A. Müller en J. Stöver
ISBN/EAN: 978-90-5799-148-6
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, 2009