Behoud in situ

De kern van de Wet op de archeologische monumentenzorg is behoud in situ. In deze brochure wordt uitgelegd wat er nodig is om archeologisch erfgoed in de grond te behouden.

Deze gids gaat in op de technische maatregelen die nodig zijn om archeologie ter plekke te behouden. Ook wordt er stilgestaan bij maatschappelijk draagvlak, een tweede belangrijke voorwaarde voor behoud in situ. Een andere brochure, Wet op de archeologische monumentenzorg behandelt in algemenere zin de gevolgen van de wet en Archeologie en ruimtelijke ordening richt zich specifiek op de ruimtelijke ordening.

Maatschappelijk draagvlak

Een minimumvereiste voor behoud in situ zijn goede fysieke omstandigheden. Hier is veel onderzoek naar gedaan, waardoor het mogelijk is om per situatie vast te stellen welke maatregelen nodig zijn. Een andere factor die de kans op duurzaam behoud vergroot, is maatschappelijk draagvlak. Dit draagvlak ontstaat door de waarde van het archeologische monument bij het grote publiek voor het voetlicht te brengen. Het verschil tussen zichtbare en onzichtbare monumenten speelt hierbij een grote rol. Hunebedden en grafheuvels spreken immers meer tot de verbeelding dan een steentijdvindplaats. Deze brochure geeft onder meer voorbeelden van onzichtbare monumenten die door slimme inrichtingsmaatregelen beleefbaar zijn gemaakt voor het publiek.

Voor wie

Deze brochure is voor archeologen en beleidsmakers ruimtelijke ordening bij de gemeente en voor anderen die met de regelgeving over archeologie hebben te maken.

Colofon

Brochure Wet- en regelgeving 5
Tekst: Dingeman Boogert
Redactie: Ruben Abeling, Gerda de Bruijn, Dolf Muller en Dirk Snoodijk
ISSN: 1569-7622
© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, 2007